ZOEKEND IN DE STILTE

Waar bomen ‘t maanlicht dekken
en hun lover zachtjes laten ruisen
Zijn ‘t mijn ogen, die daar lekken
ik voel mij hier niet meer thuis en

Ik zoek wereldse stilte, al zo lang
gelijk gene zijde aan de overkant
De stilte van het verheven gezang
‘t vredige van Gods hemelse land

Ik zoek het land waarin het vuur
met de oceanen vriendschap sluit
Ongescheiden door dam of muur
het water, met een vlam als bruid

Ik zoek haar in het hemelse land
met louter stilte diep in haar hart
Wachtend op mij aan de overkant
in de mooie wereld zonder smart