MASSA VERKRACHTING

Medeleerlingen hadden haar ontkleed
op een doodstil plekje ergens achteraf
Ze bezorgden haar ontzettend veel leed
terwijl er niemand om haar tranen gaf

Ze had zich vreselijk tegen hen verzet
en zelfs met schreeuwen geprotesteerd
Ze kronkelde onder lijven in het gebed;
vroeg god om straf nu zij was onteerd

Op het naakte lijf gingen vieze handen
ze rilde van afgrijzen en van de koude;
Eentje kende enkele oude slooppanden
waar allen nog verder konden zouden

Het meisje huilde, haar leven was stuk;
ze hadden haar genomen in alle standen
Haar restte slechts ‘t leven met zo’n juk
vol nachtmerries en vieze zweethanden

Het slooppand bleek nog ‘t ergst te zijn
handen hadden haar geween gesmoord
Overal had ‘t arme meisje heel veel pijn;
toen ze bleef huilen, werd zij vermoord