IN EEN NOTENBALK

Wist je dat mensen in een notenbalk leven
want voor je hier was, was je iets als dood
Die do kun je de naam van aanvang geven;
na achttien jaar ben je toch eindelijk groot

De ré komt, dat is jouw tweede balk noot;
die ré staat voor het beginnend redeneren
Hij is die eerste stap, op weg naar de dood
maar zulks moet je echter veel later leren

De mie kondigt zich rond je dertigste aan;
je echte grote liefde ligt binnen handbereik
Daarna zal je nooit meer heel alleen staan;
pas wel op want de verleidingen zijn talrijk

Fa is een start van oud, rond de veertig jaar
als kinderen van te weinig vrijheid spreken
Zojuist opgevoed zie je, je bent nooit klaar
wil je met hen praten, horen ze jou preken

Sol vertegenwoordigd zeker je vijftiger tijd
als je naar je goede pensioen gaat uitkijken
Je raakt langzaam die mooie haarbos kwijt;
én jonkies die niet meer voor je bezwijken

De la is de plek waar je herinneringen zitten
die la beweert ook dat je over de zestig bent
Als je doodmoe voor je televisie zit te pitten
en je niet in bed wil, je zit goed op je krent

Daarna komt plotseling die oude si in beeld
die oude dag is heel geleidelijk aangebroken
Je innerlijk is dan wel bezaaid met oud eelt
terwijl je pas even aan ‘t leven hebt geroken

Dan komt weer die goede oude do van dood
dat is best even wennen, roep ik alvast maar
Na je tachtigste glijd jij van deze aardkloot;
jij als een oude man met jouw bos grijs haar