ALS IK EEN VROUW WAS

Als ik toch eens een vrouw geworden was
in plaats van de man die heden toch ben
Dan hield ik net zoals nu niet van poespas
en was ik misschien wel slank als een den

Een schone vrouw had ik dan willen zijn
eentje met heel schitterende, lange haren
Dan schreed ik iedere dag in zonneschijn;
hoefde ik niet voor de oude dag te sparen

Dan zou ik vrees hebben om te trouwen
daar je heel veel van mishandeling hoort
Ik zou ook van geen man willen houden
want wellicht eist hij later mijn jawoord

Daar ik een man ben van vlees en bloed
ben ik zo verantwoordelijk voor de echt;
Geef ik om haar, die ik ooit heb ontmoet,
met heel mijn hart en ik meen ’t oprecht