SINTERGLAASJE

Op vijf december in een heel ver verleden
zou Sinterklaas persoonlijk bij ons komen
Op zijn knol moest hij komen aangereden
edoch kennelijk had hij zijn auto genomen

Later en alsmaar later werd het die avond
wij de kinderen zongen ons de kelen rauw
We vreesden al dat hij het adres niet vond
en we wachtten buiten in de snijdende kou

Zeven uur was met de Sint overeenkomen
edoch na tienen werd ’t elkeen toch te laat
Pa en ma hielden ons niet meer in toom en
vervloekten Sint om deze schandalige daad

De volgende dag berichtte ons onze krant
waarom die Sint helaas niet gekomen was
Hij reed auto met een glaasje in zijn hand
en was tegen een boom gevlogen zo ik las

Strontlazarus bleek ‘t Sinterglaasje geweest
zelfs luid zingende achter het stuur gestapt
Sinterglaasje vierde lallend zijn eigen feest
en die auto, had die goede Sint toch gegapt