TELEURSTELLING

De avond was stil en vreselijk koud
scherpe wind drong door tot haar bot
Hij stormde door het naakte loofhout
zij die daar wachtte, voelde zich rot

‘t Wachten duurde haar veel te lang
zou hij dan niet meer om mij geven?
Dacht het meisje want ze werd bang
was ze niet veel beter thuis gebleven

Haar voeten voelden al ijskoud aan
haar hart koesterde echter nog hoop
Zou ze wel in ‘t donker blijven staan
waar, wie weet, haar straks besloop

Zachtjes klonk in het duister geluid;
zou hij daar dan wellicht nu komen?
Helaas, zijn bekende fluitje bleef uit
verdrietig wist ze zich beetgenomen