Wanhoopsdaad

WANHOOPSDAAD

Zo’n dag om nimmer te vergeten
werd die ene keer. Ergens in mei
Van ver vernam ik al haar kreten
en daarnaast ’t traanloos geschrei

Ze had zich stille teruggetrokken
op zolder wist zij zich onbespied
Straks was het vonnis voltrokken
kwam het einde aan haar verdriet

Al erg lang moest zij zich geven
aan alle lusten van hem, haar pa
Ze kon hem ‘t nimmer vergeven
kwam dan de rekenschap hierna

Haar vader noemde het ‘lief zijn’
beide handen op haar onderbuik
Haar bezorgde dat innerlijke pijn
zij ervoer ‘t als zuiver misbruik

Op een dag moest het ophouden
bedacht zij ineens, ergens in mei
Het briefje dat ze vinden zouden
pleitte vader… nimmer meer vrij